Schrijven is een van de zeldzame beroepen waarin je de volle verantwoordelijkheid neemt voor wat je doet.

Erica Jong

Portretterend interview

In twintig jaar tijd heb ik ongeveer 200 mensen geïnterviewd. Vaak in opdracht, zie publicaties. Soms ging het om iets korts, om een bepaald onderwerp, iemands werk, een bepaald thema of bijzondere leefsituatie bijvoorbeeld. Soms om een volledige biografie. En van alles wat daar tussen zit.

Deze interviews heb ik vrijwel zonder uitzondering uitgewerkt in de vorm van een monoloog. Ik vind het mooi als de persoon om wie het gaat volledig tot uitdrukking komt. Ook in taalgebruik. Dat wil nu ook weer niet zeggen dat mijn interviews in spreektaal geschreven zijn. Maar oordeel zelf, hieronder twee in 2025 gepubliceerde interviews uit de serie ‘Vrijheid’.

Voor een langer of korter interview met een bepaald doel, ben ik altijd te porren. Of het om jezelf gaat, een werknemer, je moeder, of een serie interviews, bijvoorbeeld een familie, neem contact met me op.

Chiel de Oude

‘Wat is vrijheid voor mij? Dat is zonder remming helemaal mezelf kunnen zijn. Dat is voor mij hand in hand met mijn man over straat kunnen lopen en hem bij het afscheid gewoon even een kus te kunnen geven. Zonder de angst voor afkeurende blikken.
Mijn man en ik wonen hier met veel plezier. Maar voordat we hier kwamen wonen, hebben we ons bewust afgevraagd of wij, als twee mannen, wel midden in een klein dorp wilden wonen. Zou dat geen vervelende reacties opleveren? Gelukkig bleek Brummen een fijne plek. Voor zover ik gemerkt heb, is er nooit een negatieve reactie gekomen op het feit dat wij, als twee mannen samenwonen. En hoewel onze bedenkingen helemaal onterecht bleken, zou vrijheid voor mij betekenen dat ik hier niet eens over na zou hoeven denken.
Ik voel mij ook niet on-vrij. Tegelijkertijd merk ik dat ik me soms wel geremd voel, of nadenk over eventuele reacties. Dat maakt dat ik niet altijd spontaan laat zien wie ik ben en me erg bewust ben van wat ik wel of niet zeg. Zo zal ik nooit tegen een wildvreemde zeggen dat ik een man heb, het voelt soms veiliger om het over ‘mijn partner’ te hebben. Iedere nieuwe kennismaking waarbij ik mijn man ter sprake breng, is voor mij weer een mini-coming-out. En dat terwijl mijn ‘echte’ coming-out toch al jaren geleden is en ik echt tevreden ben met wie ik nu ben.
Waarom ik me dan toch geremd voel om op straat een arm om mijn man heen te slaan, terwijl ik weet dat hij dat juist zo fijn vindt? Ik denk dat dat komt omdat ik geen aanstoot wil geven en vooral geen mogelijkheid wil scheppen voor eventuele negatieve reacties. Ook al zullen die er waarschijnlijk niet komen, ik weet dat zo’n reactie mij zo diep in mijn wezen zou raken, dat ik er liever voor kies om de mogelijkheid hiervoor uit de weg te gaan.
Want twee mannen die hand in hand over straat lopen is helaas nog steeds niet vanzelfsprekend. En in onrustige tijden is het accepteren van iemand die anders is dan jij, ook niet vanzelfsprekend. Acceptatie is precair, die kan zomaar weer omslaan.
Toch voel ik gelukkig ook vaak wél de vrijheid om ’s ochtends op de stoep, voordat ik op de fiets spring, mijn man een kus te geven. Of om zijn hand vast te pakken terwijl we naast elkaar op een bankje zitten. Al moet ik dan soms de neiging onderdrukken om direct daarna rond te kijken wie er in de buurt is en het gezien kan hebben.’

© 2025 Marije Verbeeck

Margriet Waardenburg

Bij vrijheid denk ik als eerste aan een landschap met veel ruimte. Zoals aan zee bijvoorbeeld. Ik kan me ook vrij voelen in een relatie. Als de zon schijnt, ben ik blij. Maar tegenwoordig is vrijheid voor mij niet meer zo vanzelfsprekend.

Ik heb Mild Cognitive Impairment. Dit is een van de vormen van ‘veel vergeten op latere leeftijd’. Eerst dacht ik dat het aan mij lag: heb ik wel goed geluisterd, dat ik dat allemaal ben vergeten? De diagnose vermindert de onrust, ik pas mij mentaal aan. Ingewikkelde dingen doe ik niet meer, ik houd de prikkels laag, ruim op, hou het overzichtelijk. Mijn vrijheid ligt in de dingen die ik kan behappen. Het algemeen dagelijks leven lukt me prima. Mijn agenda, tegenwoordig in A-vierformaat, ligt midden op tafel. Per afspraak zet ik er tijd, persoon en een omschrijving in, alleen een steekwoord is niet meer genoeg.
Vroeger wist ik tot op de minuut welke afspraken ik had. Nu vergeet ik alles wat ik niet meteen opschrijf. De meeste verwarring kom ik tegen bij dingen die spontaan gebeuren en die ik niet heb opgeschreven. Dat zijn best veel dingen. Dat mijn man naar de bakker is gegaan bijvoorbeeld, dat ben ik na een kwartier vergeten. Je bent er niet altijd blij mee, nee.

Ik snap nog prima wat er gezegd wordt en reageer. De taal is niet weg, maar mijn hersens slaan het niet meer op. Het is een rare ervaring en niemand kan voorspellen hoe het over een jaar is. Je terugtrekken is niet de oplossing, dan ziet je omgeving ook niet wat er met je gebeurt.
Als het je overkomt, moet je direct je familie en je intieme vrienden op de hoogte brengen. Want het kan als onverschilligheid overkomen en het wordt niet beter. Je moet wel een harnasje hebben voor  de reacties. Voordat ik de wereld inlichtte, had ik er zelf al een tijd mee geleefd en was gebleken dat ik die aandoening heb. En dan zegt iemand: ‘Geeft niks, ik vergeet ook zoveel.’ Daarmee ontkennen ze mijn probleem, want hun vergeten is wat anders. Ik vergeet alles! Ook namen van goede vrienden.

Vóór de diagnose is het eenzaamste stuk. Dus als er iemand in je directe omgeving is die langere tijd opvallend veel vergeet, probeer het dan bespreekbaar te maken, in plaats van dat je denkt: ze wist toch dat ik geopereerd werd?
En als het jou gebeurt: laat je diagnosticeren. En ga onmiddellijk het briefjesniveau in: schrijf alles op en leg het op tafel. Laat je ook geen vrijheid afpakken. Vorig jaar zou ik nog in een auto gestapt zijn, nu niet meer, maar de trein kan wel, natuurlijk, ik kan toch lezen!’

© 2025 Marije Verbeeck